Throwback Thursday: 22 juni 2008

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt er hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 22 juni 2008

Anke en ik gingen toen vaak cachen in deze omgeving. Meestal begonnen we de dag met een wandeling in de vorm van een multi-cache en gingen we daarna verder met traditionals in de buurt.

Het verslag

  1. WWW4: Bont- en Witven
  • Maker: Goedweerloper
  • Type: Multi
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 22 juni 2008
  • Plaats: Lierop
  1. Week 25: Kleine cache langs de Kleine AA
  2. Week 23: De oude Marialinde van Boomen
  3. Week 20: Het cachebosje bij de Astense AA
  • Maker: Goedweerloper
  • Type: Traditionals
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 22 juni 2008
  • Plaats: rondom Lierop/Asten
  1. Gemasteneind: Dat gaat naar het bos toe…
  • Maker: keesenanita
  • Type: Mysterie
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 22 juni 2008
  • Plaats: Asten
  1. Week 21: De molen van Asten
  • Maker: Goedweerloper
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 22 juni 2008
  • Plaats: Asten

Vandaag gingen we weer verder met de weken-serie. Daarnaast was de bonus van de Gemasten-serie eindelijk weer online, dus die stond ook op het programma. En omdat het zo’n mooi weer was, begonnen we de dag met een WWW, dit keer nummertje 4: Het Bont- en Witven. Dit was een wandeling van 10 km die wij heel snel hebben gelopen, we hadden nauwelijks door dat we zoveel gelopen hebben. Het was een afwisselende tocht door het bos en over de heide en langs de vennen en de cache was snel gevonden. Prima multi-cache dus.

De weken-caches kostten ons vandaag meer moeite. Vooral die in de Marialinde. We hebben Pien (het zusje van Anke) nog gebeld om een hint.

Het Gemasteneind (de bonus van de Gemasten-serie, die we eerder al gevonden hadden) stelde niet echt veel voor. Je moest het eind-coördinaat zoeken op een jongerenhangplek, waar een smerige en vervallen JOP stond. Daarna een stukje lopen door het bos, waar we struikelden over de cache. Deze serie was nu afgerond.

De laatste cache van de dag was weer een weken-cache, weer bij een molen. Na deze found probeerden we nog een multi-cache, maar die konden we niet vinden. We raakten daar een beetje gefrustreerd van en het was ondertussen laat in de middag, dus zijn we gestopt voor die dag.

Wat ik hier op 22 juni 2017 nog aan toe te voegen heb:

Dit was nog met een GPS zonder kaart, waar je de coördinaten handmatig in moest zetten. Hoe anders is het nu met een GPS met kaart en de mogelijkheid om de complete cachebeschrijving in te laden, inclusief hints en logjes van voorgaande vinders. Wat dat betreft is het geocachen er wel makkelijker op geworden, maar misschien was het in 2008 wel avontuurlijker ;>)

Geplaatst in #geocaching, Throwback Thursday | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Meatless Monday: De Vegetariër TAG

De Vegetariër TAG is bedacht door ene Bonnie en je moet de vragen eigenlijk beantwoorden in een filmpje dat je dan op YouTube plaatst. Zoals bekend heb ik echter een vreselijke hekel aan filmpjes maken en al helemaal aan beeld met mezelf erop. Dus dat gaan we niet doen. Ik ga de vragen gewoon in tekst beantwoorden. Sommige vragen zijn al wel eens eerder hier voorbij gekomen, dus dan komen de antwoorden je vast bekend voor. Misschien lees je ook nog wel wat nieuws.

dinohummus

1. Hoe oud was je toen je vegetariër werd?

Ik was 13 jaar oud toen ik echt helemaal vegetariër werd, in de week na Kerstmis. Ik zat toen in de tweede klas van de middelbare school. Daarvoor had ik al ruim een jaar bijna geen vlees gegeten – dat zou je nu flexitarisch noemen -, maar at ik het nog wel eens bij gelegenheden of als het ergens doorheen zat.

2. Waarom ben je vegetariër geworden?

Er waren eigenlijk twee redenen. De eerste is dat ik de smaak van vlees niet lekker vond. Ik vind vlees er ook niet lekker uit zien en de geur is vies. De helft van het vlees at ik al niet, omdat ik het gewoon niet lekker vond. Daaronder vielen alle snacks uit de frietpan, alles wat groot was (ehm, bijna alles dus), kip en vis. Ik at ook nooit vlees als broodbeleg, al heb ik het volgens mijn moeder als heel klein kind wel op.

De tweede reden is dat ik veel van dieren houd. Toen ik in groep 8 zat was er een of andere programma over de bio-industrie op de televisie (volgens mij heette het De Eetfabriek) en ik vond dat zo afschuwelijk om te zien, dat het zaadje om geen vlees meer te eten al werd geplant. Maar ja, ik was nog erg jong en de rest van het gezin at wel gewoon volop vlees. Hoe moest ik dat dan gaan aanpakken? Die stap heb ik dus pas een tijdje later gezet. Mijn ouders vonden het goed. Mijn moeder haalde gewoon een bordje voor mij uit de pannen voor er vlees bij ging. Later heb ik ook veel kookbeurten op me genomen.

Overigens krijg ik nog steeds een naar gevoel als ik zo’n veewagen gevuld met varkens zie rijden. En toen ik per ongeluk langs de slachterij in Boxtel fietste, moest ik bijna kotsen. Wat een ellende is dat zeg.

3. Heb je vrienden en familieleden die ook vegetariër zijn?

Ik heb een penvriendin die ook vegetarisch eet. Maar die heb ik nog nooit in het echt ontmoet, we schrijven er wel over. Enkele van mijn oudere nichten zijn ook vegetariër (de reden dat ik het ook mocht van mijn ouders). In het gezin waar ik uit kom of mijn directe vriendenkring zitten geen vegetariërs, maar wel een aantal flexitariërs. Mijn moeder eet de laatste jaren ook steeds minder vlees, die is dus ook flexitariër. Ook mijn twee beste vriendinnen en hun beide partners eten niet dagelijks vlees, dus ook zij zijn flexitariër: dat is niet onder invloed van mij, maar wel handig als ik bij hun ga eten ;>) Sinds ik voor de Vegetariërsbond werk, heb ik er wel een aantal vegetarische kennissen/collega’s bij gekregen. Opvallend is trouwens dat de meerderheid vrouw is. Blijkbaar leeft het dus meer onder vrouwen, dan onder mannen.

email_logo

4. ‘Zondig’ je wel eens?

Niet in de zin van dat ik stukken vlees of vis naar binnen ga schrokken, dat heb ik nooit meer gedaan sinds m’n 13e. Maar ik ben geen veganist en ik eet dus wel kaas. En ik ga niet altijd alle etiketten uit zitten pluizen of die vegetarisch gestremd is. De kaas die ik thuis eet is dat wel. Ook als ik in restaurants of bij iemand anders eet, ga ik dat niet helemaal na zitten kijken. Zo zijn er wel meerdere etenswaren waar toch stiekem iets dierlijks in verwerkt zit en die ik wel eet, omdat ik het niet weet. Ik gebruik soms ook wel zuivel, maar niet zo heel erg veel, omdat ik er niet zo goed tegen kan (met name melk). Eieren geef ik ook niet zoveel om, maar ik eet wel dingen waar ei in verwerkt zit, zoals sauzen. Ook eet ik wel eens chocolade.

5. Wat is je favoriete vleesvervanger?

Vroeger zou ik dan meteen hebben geantwoord: de groenteschijf en de groenteballetjes van Tivall (dat tegenwoordig Garden Gourmet heet, wat ik echt een vreemde naam vind), verkrijgbaar bij de AH. Maar de laatste jaren zijn er ontzettend veel nieuwe vleesvervangers op de markt gekomen, dat er veel meer afwisseling mogelijk is. En ik vind best veel lekker. Wel blijft mijn voorkeur voor de vleesvervangers met veel groente erin. Hoe kleurrijker, hoe beter. Al die bruine dingen, die echt veel op vlees lijken, hoeven van mij niet zo nodig, die vind ik droog en smakeloos. De laatste tijd eet ik veel dingen van het merk Samhoud (aspergeburger en groentefrikandel). Ook de bonenburger van Hak valt bij mij in de smaak. En toch ook nog steeds good old Tivall, met de spicey falafelbal, de spinaziefalafelbal en de eerder genoemde groenteschijf en groenteballetjes. Ik ben niet iemand die een blok tofu gaat staan marineren, daar ben ik veel te lui voor, daarnaast vind ik tofu niet bijzonder lekker. Soms koop ik wel van die kant-en-klare, gekruide tofureepjes, volgens mij zijn die ook van Tivall.

vegaburger

6. Heb je weleens een opvallende reactie gehad?

Owh ja hoor, veel (vaak oudere) mensen vinden het volkomen idioot. Waarom zou je geen vlees eten? Dat hoort toch gewoon in de standaard Hollandse maaltijd? Geen vlees eten zou een teken van armoede zijn.

“Het is toch de natuur, dat dieren opgegeten worden?” Nee, de bio-industrie is niet natuurlijk!

“Ik zou niet weten waarom ik geen vlees zou eten.” Nou, dan moet je er maar eens wat over lezen. Dan hoef je het vlees nog niet te laten staan, maar kan je wel een gemotiveerde reden opnoemen waarom dat wel zou kunnen.

De kip-opmerking heb ik nooit gehad, maar ik heb dus niet veel kip in mijn leven gegeten, omdat ik dat al niet lekker vond.

Je hebt altijd mensen die domme opmerkingen maken, vooral tijdens de gemiddelde bbq met een groep komt er altijd wel iets voorbij in de trent van: “Ik zal Maartje zo eens een lekker stuk vlees gaan geven.” Ik ben overigens Oost-Indisch doof voor zulke opmerkingen.

Maar ook wel eens een leeftijdsgenoot die vertwijfeld uitriep: “Maar wat eet jij dan?” Die uitroep gebruik ik nog steeds als hashtag op instagram.

Ik heb me begin dit jaar echt kostelijk vermaakt met het hele gedoe rondom #schnitzelgate, over de naamgeving van vleesvervangers. Het is namelijk iets waar mijn vader zich ook graag over opwindt. Mij interesseert die naamgeving echt geen rode bietenbal. Ik ben zelf gewoon een vegaburger.

Trouwens, veel mensen zijn ook gewoon geïnteresseerd hoor. Laten we de positieve reacties vooral niet vergeten. En door de jaren heen is het ook wel beter geworden. Ik ben nu ruim 17 jaar vegetariër en in het begin werd ik vaak voor een totale freak aangezien, want wie at er nou geen vlees? Tegenwoordig eten er veel meer mensen vegetarisch of flexitarisch en kijken de meeste mensen dus niet meer zo vreemd op als je het vertelt.

diervriendelijkvleesbetaatniet

7. Mis je weleens iets als vegetariër?

Nee, ik mis vlees en vis nog steeds niet. Maar zoals ik al schreef: ik heb ook nooit van de smaak gehouden. Wel vind ik het nog steeds vaak lastig bij uit eten gaan. Veel restaurants hebben wel een vegetarische optie, maar als ik die dan toevallig niet lekker vind, dan sta je daar met je mond vol tanden. De Vegetariërsbond heeft wel een app om een Gastvrij Vegetarisch restaurant te zoeken. Maar ja, ik woon in een uithoek van het land en ga eigenlijk altijd uiteten met vleeseters. In het buitenland is het ook niet altijd even makkelijk om iets vegetarisch te krijgen. Het is ook nog steeds niet het eerste dat ik vertel als ik nieuwe mensen ontmoet. Maar deze nadelen wegen absoluut niet op tegen de voordelen van vegetarisch eten.

8. Zou je ook veganist willen worden? Waarom wel/niet?

Nee, ik denk niet dat ik ooit volledig veganist wordt. Wel zou ik nog graag een keer een maand lang veganistisch willen proberen, zeg maar een Vegan Challenge. Maar dat is momenteel even lastig, omdat ik moeilijke huisgenoten heb op het gebied van eten. Uiteindelijk houd ik te veel van kaas om veganist te worden. En dan moet je echt op alles streng gaan letten en daar heb ik ook geen zin in. Veganisme hangt vaak samen met een sterk wereldverbeterende visie en dat is niet de grondreden waarom ik vegetariër ben. Dat vegetarisch eten toevallig ook goed is voor het klimaat, is voor mij echt een bijzaak en niet de hoofdzaak. Een betere voedelverdeling voor de wereldbevolking zou ik dan nog hoger op mijn lijstje zetten.

Sommige veganisten zijn echt vreselijke zeurkousen, sorry dat ik het zeg. En ik wil niet zo’n zeurkous worden.

9. Zijn er mensen door jou vegetariër geworden?

Geen vegetariër, wel flexitariër. Maar ik ben dus niet echt een prekende vegetariër.

whababy

10. Zou je je kinderen als vegetariër opvoeden?

Pfft, ik heb niet echt een sterke kinderwens, dus ik heb hier nog niet heel diepzinnig over na gedacht. Ik denk dat het er aan ligt of de vader van die kinderen wel of niet vegetariër is. Je moet die keuze dan samen maken. Zelf zou ik het wel graag willen, want het lijkt me heel awkward als mijn kinderen vlees zitten te eten (en ik dat klaar moet maken), terwijl mij dat zo tegenstaat. Maar uiteindelijk moeten ze de definitieve keuze wel zelf maken.

feelgood

Afbeeldingen in deze blogpost komen van internet. De foto van de “vegaburger” ben ik zelf, het is mijn bewerkte profielfoto op facebook. 

 

Geplaatst in Maar wat eet jij dan?, Meatless Monday | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Day Zero Project: Done: Doel #53

 

Doel #53 op mijn Day Zero Project-lijst is het bezoeken van het Biesboschmuseum in combinatie met de daar vlakbij liggende geocachingfietstrail “Rondje Biesbosch”. Dit doel heb ik op tweede pinksterdag vervuld.

Rondje Biesbosch stond al geprogrammeerd in mijn GPS. Een paar weken geleden (op Hemelvaartsdag) had ik ook al gefietst in de Biesbosch, maar toen deed ik de andere fietsronde: Rondje Oostwaard. Fietsen in de Biesbosch bevalt mij prima, maar ik zag wel op tegen dat gesleep met mijn fiets in de trein. Ik ging nu over de andere kant, via Dordrecht (i.p.v. Geldermalsen), want dan hoefde ik maar 1x over te stappen (en dus maar 1x mijn fiets te verslepen). Als ik naar Tilburg zou fietsen tenminste, maar dat wilde ik wel, want anders moest ik daar een half uur wachten en ik sta al veel te vaak te wachten op het totaal troosteloze station Tilburg.

In de trein van Tilburg naar Dordrecht zat bijna niemand, dus durfde ik mijn fiets – op slot – in de gang te laten staan en zelf gewoon op een stoel te gaan zitten. Via de glazen klapdeur kon ik mijn fiets in de gaten houden. Dat is wel een stuk relaxter dan je fiets in bedwang houdend in het gangetje staan. En hij bleef nog rechtop staan ook, ondanks dat mijn fiets (en die is dus niet groot en heeft geen fietstassen ofzo) niet eens tussen de schotten van het fietsgedeelte pastte.

Op Dordrecht had ik maar 8 minuten om over te stappen naar een andere – Arriva – trein. Dat was even haasten. Het was trouwens ook de eerste dag dat ik mijn nieuwe OV-chipkaart in gebruik had. Ja, ik ben alweer aan mijn tweede toe en heb die zowaar gratis gekregen van de NS. Mag ook wel met al dat geld dat ik de afgelopen vijf jaar aan OV heb besteed. Volgens de conductrice in de Arriva-trein mag je daarin je fiets gratis meenemen. Dat zei ze toen ik braaf mijn dagkaart fiets toonde bij controle. Tja, helaas doet de NS niet aan gratis fietsenvervoer, dus ik had daar evengoed niets aan. Het verklaart wel de grote aanwezigheid van fietsen op de Merwedelijn (Die ligt tussen Geldermalsen en Dordrecht). In Gorinchem aangekomen moest ik eerst door die klote-tunnel met die steile trappen. Dat ging nu in colonne, want het was dus druk met fietsen. Gelukkig is mijn Gazelle niet zo zwaar, dus ik tilde hem heel fanatiek de trap af, omdat de fietsgoot aan de verkeerde kant zit.

Rondje Biesbosch was een stuk verder fietsen dan de start van Rondje Oostwaard. Toen ik eindelijk bij de eerste cache was, stond er al 15 kilometer op te teller van mijn GPS. De 8 kilometer van Oisterwijk naar Tilburg niet meegerekend. Het was wel heel lekker weer: niet te warm en niet te koud. Dit keer was ik wel in korte broek. Natuurlijk ook weer met pet (ik heb wel 100x het gespje aangetrokken, zodat hij niet af zou waaien) en zonnebrand. Maar zonne-allergie was vandaag niet het grootste probleem. Het waaide namelijk wel en dat betekend in een grasachtige omgeving als de Biesbosch gegarandeerde hooikoorts. Gelukkig had ik daarvoor veel zakdoekjes bij en het weerhoudt me er niet van om te gaan geocachen.

Ik fietste eerst nog verkeerd, want de “wegen” hier zijn nieuw en er klopte niet zoveel van de kaart in de GPS. Eenmaal op de goede route bleek dit een erg mooi stukje te zijn. Ik ben al veel vaker in de Biesbosch geweest, vooral om te kanoën, maar dit stukje (Noordwaard) was mij nog onbekend. Ik kreeg door het heerlijke weer en die weerspiegeling van de zon op het water wel spontaan zin in kanoën. Misschien dus de volgende keer m’n kano mee in de trein? Volgens mij hoef je voor kano’s geen toeslag te betalen…

De fietstocht ging “door het water” over allerlei bruggetjes. Onderweg vond ik de ene na de andere cache. De caches hadden allemaal goede hints, wat wel fijn was, want het was behoorlijk druk met fietsende en wandelende Dreuzels en dat zoekt toch minder prettig, als mensen je aan staan te staren.

Ik dacht er zowaar ook aan om de hints voor de bonus-cache te noteren – vroeger vergat ik dat altijd, maar ik word er beter in – dus na 10 caches kon ik ook de eerste bonus loggen. Tegen die tijd had ik al een heleboel wolken, water- en landschapsfoto’s gemaakt. Er zouden ook buffels in dit gebied staan, maar helaas heb ik die niet gezien. Jammer, dat had ik wel gaaf gevonden.

Na nummer 14 van de serie was er de mogelijkheid om naar het Biesboschmuseum te gaan en dat stond ook al een tijdje – sinds de verbouwing in 2015 – op mijn verlanglijstje. Het was nog best een eindje fietsen vanaf de cacheroute, trouwens en het stond vanaf die zijde ook niet echt aangegeven.

Het Biesboschmuseum is een soort van Teletubbie-heuvel. Ik mocht gratis naar binnen met mijn museumjaarkaart. De tentoonstelling gaat over het ontstaan van de Biesbosch, de ontwikkeling van het gebied door de eeuwen heen en de middelen van bestaan voor de bewoners. Sommige dingen wist ik wel of had ik eerder gehoord, maar het was best een boeiende tentoonstelling. Ook leuk dat je over het dak kan lopen naar een uitzichtpunt (hoewel ik mooiere uitzichten heb gezien die dag). Ook hier kreeg ik weer zin in kanoën. In de museumwinkel kocht ik een boekje met Brabantse wandel- en fietsroutes, dat afgeprijsd was naar wel 2 hele euro’s. De route die ik vandaag heb gefietst stond er ook min of meer zo in.

Ik besloot dat ik zin had in een wandeling. Het zou dan wel laat worden voor ik naar huis kon, maar ach, het was vandaag licht tot 22 uur, dus who cares about that? Die wandeling ging door de Maltha-polder. Hier lagen vijf caches op een landtong, die niet allemaal even makkelijk bereikbaar waren. Ik heb best lang moeten zoeken naar de micro in de met klim-op begroeide boom (waar je naartoe moest door de brandnetels, fijn met een korte broek). Wel gevonden. Ook de magneetcache leverde problemen op. Dit zat in een vogelhuisje hoog in de boom en je kon hem eruit trekken met behulp van een magneet op een stok. Maar ik was mijn uitschuifbare telescoopmagneet vergeten. Ik had wel mijn magneetklauw aan een touwtje bij. Dus heb ik die met behulp van een tak omgebouwd tot een magneetspeer. Daarmee kon ik de cache wel bemachtigen. Er waren trouwens opvallend veel wandelaars op deze doodlopende landtong. Vond ik best apart.

Na de wandeling zocht ik nog een uitkijkpunt-cache. Er staan allemaal oude gebouwtjes in dit deel van de Biesbosch (Noordwaard) en op verschillende daarvan zijn met kunstzinnige trappen uitkijkposten gebouwd. Bij deze uitkijkposten ligt ook een cache-serie. Van dezelfde maker als van het fietsrondje. Die heeft het druk met onderhoud dus. Ik heb ook verschillende van deze uitkijkpunten gevonden vandaag. Ik heb een zwak voor uitkijktorens, dus ik heb ook alle uitkijkpunten beklommen. Ze waren niet heel hoog, dus qua foto’s leverde het niet eens zo heel veel beters op, dan vanaf de grond. Maar ik vind het idee van het combineren van kunst en functionaliteit wel erg leuk.

Het was tijd om verder te gaan met de tweede helft van de fietsroute. Dit stuk was mooi, maar minder mooi dan de eerste helft. De vermoeidheid begon ook toe te slaan. Ik zag nog wel koeien. En besloot nog een uitstapje te maken naar de earthcache Wassende Maan. Die ligt er al jaren en had al vaak op mijn lijstje gestaan, maar we waren er nooit aan toe gekomen. Nu op 300 meter afstand, moest ik echt even op en neer. Het kunstwerk was veel kleiner dan ik had verwacht. Maar het daadwerkelijke doolhof was wel weer mooi. De vragen waren niet zo moeilijk, dus zo hadden we er weer eens een earthcache bij. Die zijn er ook niet extreem veel in Nederland, dus toch meer bijzonder dan de zoveelste traditional.

De laatste caches van de fietsronde werden gevonden en toen bleken er nog een bonus en een extraatje te zijn, die allebei uit de richting lagen. En ik wilde ook nog een uitkijkpunt doen. Het duurde even voor ik alles bereikt had, maar wel alles gevonden. Zo had ik maar liefst 35 caches gevonden vandaag. Het was nu echt tijd om naar het station terug te gaan.

Eigenlijk had ik ook nog graag de ontbrekende nummer 15 van Rondje Oostwaard willen vinden vandaag, maar dat was weer vijf kilometer omfietsen en m’n energie was een beetje op. En in dit deel van het land, waar ze nog behoorlijk gelovig zijn, kun je op een “heilige pinksterdag” nergens iets te eten kopen. Terug op station Gorinchem stond er 61 kilometer op de teller. De trein kwam er bijna meteen aan. Helaas moest ik in Dordrecht bijna een half uur wachten voor de trein naar Tilburg ging rijden (hij stond er al wel, dus ik kon er al wel in gaan zitten). En in Tilburg zou ik zo lang op de trein naar Oisterwijk moeten wachten, dat ik maar weer ben gaan fietsen. Zo kwam er bij die 61 kilometer dus nog 2×8 kilometer bij. Nja, je begrijpt dat ik goed heb geslapen die nacht.

Alle foto’s bij deze blog zijn door mijzelf gemaakt.

Geplaatst in #geocaching, Day Zero Project | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Throwback Thursday: 15 juni 2011

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes

Vandaag gaan we terug naar 15 juni 2011

Anke en ik waren enkele dagen aan het kamperen in Renesse, Zeeland. Aan het einde van die week zouden we naar Concert at Sea gaan, maar de eerste dagen werden gebruikt om heel Schouwen-Duiveland leeg te cachen.

Het verslag:

  1. De Zeepeduinen
  • Maker: De Duintoppers
  • Type: Multi
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 15 juni 2011
  • Plaats: Schouwen-Duiveland
  1. Plompe Toren
  • Maker: Strobo
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 15 juni 2011
  • Plaats: Schouwen-Duiveland
  1. SECC – Serooskerkse Eerste Carpool Cache
  2. Welkom in Serooskerke
  3. De Prunjehil – 1
  4. De Prunjehil – 2
  5. Moriaanshoofd – uitzichttoren
  • Maker: De Duintoppers
  • Type: 4x traditional, 1x multi
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 15 juni 2011
  • Plaats: Schouwen-Duiveland
  1. Plek 6: Ode aan Eric Odinot
  • Maker: Jerenemas
  • Type: Letterbox
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 15 juni 2011
  • Plaats: Schouwen-Duiveland
  1. Molen de Zwaan
  • Maker: De Duintoppers
  • Type: Multi
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 15 juni 2011
  • Plaats: Schouwen-Duiveland
  1. Duinhoevepad
  • Maker: Shockproof559
  • Type: Traditional
  • Heideroosjes: Maartje en Anke
  • Gevonden op: 15 juni 2011
  • Plaats: Schouwen-Duiveland

 

2017-05-22 (1)

Schermafdruk van Google Maps met de geocaches op Schouwen-Duiveland. De smileys zijn de caches die door de Heideroosjes gevonden zijn.

Wegens de invloeden van 1,5 liter rode wijn, kwamen we die ochtend een beetje langzaam op gang. Het was al tegen de middag toen we op cache-jacht gingen. Het was nog steeds warm, maar bewolkt weer.

We begonnen met de multi de Zeepeduinen. Hier hadden we vorig jaar ook al gestaan, maar toen had ik alles blind ingeladen en bleek dit een foto-zoektocht te zijn. Foto’s worden niet ingeladen door de GPS, dus konden we deze cache niet doen. Dit jaar had Anke de foto’s uitgeprint en konden we wel op jacht. De Zeepeduinen zijn een mooi en afwisselend gebied. Een beetje rommelig, met wilde natuur. De paden zijn niet allemaal duidelijk aangegeven, dus je kunt er lekker struinen en dat vonden wij wel leuk. De foto’s waren niet heel moeilijk te spotten, dus de cache zelf was niet erg moeilijk, waardoor we meer konden genieten van de wandeling. Grappig was dat we tot 3x toe dezelfde wandelaars tegen kwamen. Die hadden er volgens ons geen idee van wat wij eigenlijk aan het doen waren. In het gebied lagen veel resten van een enorm bunkercomplex uit de oorlog, wat het een nog wildere aanblik gaf. We vonden de cache vrij makkelijk na een mooie wandeling.

Op naar de Plompe Toren, die stond ook al voor het derde jaar op mijn verlanglijstje, maar omdat hij alleen doordeweeks te doen vanwege de openingstijden, hadden we hem nooit gedaan. Het bleek een ontzettend leuke cache te zijn. De Plompe Toren is het enige overblijfsel van het vroeg-middeleeuwse dorpje Westenschouwen. Dat is volledig in de golven verdronken, maar deze toren is blijven staan. De toren ziet er van buiten inderdaad uit als een ruïne uit vroegere tijden, maar van binnen is het een educatief centrum waar een film draait over de ondergang van Westenschouwen en een soort museum/bezoekerscentrum is. Ergens in de toren lag de cache verborgen, maar het was niet helemaal duidelijk waar. Ik vond het niet erg om omhoog te klimmen in de toren. Het begon met een steil en geheimzinnig wenteltrapje, daarna werden de trappen breder en moderner. We klommen tot de top en genoten van het uitzicht over de zee en de polders.

Op de tocht naar beneden vonden we de cache. Het was druk in de toren, dus ongezien loggen kon niet echt, maar de meeste mensen hadden het te druk met om zich heen kijken en vroegen zich niet af waarom wij schimmig aan het doen waren met een plastic doosje.

Dit was een plek waar we anders waarschijnlijk niet waren gekomen. Ik vond het echt heel erg leuk, dus mijn geliefde uitspraak: “Geocaching, zo kom je nog eens ergens” ging weer helemaal op.

Na twee leuke caches hadden we weer helemaal zin in het geocachen gekregen. We deden voor onze carpool-cache-collectie (we willen zo veel mogelijk gekke plaatsnamen van Nederland verzamelen) de carpool-cache bij Serooskerke. Deze strook kende we al van voorgaande jaren, toen hadden we er ook al eens geparkeerd, maar toen lag er nog geen cache. Vanaf daar was het maar een paar honderd meter lopen naar Welkom in Serooskerke, die bij het welkomstbord van dat dorpje was verstopt en vakkundig werd gevonden door Anke.

Op naar de Prunjehil, een klein natuurgebied waar maar liefst twee trads verstopt waren. We parkeerden Reno in de berm bij het schapenrooster. Vreemd genoeg was er een schaap ontsnapt, dus wij betwijfelden het nut van het rooster. We wandelden het gebied binnen tussen de schapen door, over een pad vol schapenstront en toen we omkeken zagen we het ontsnapte schaap weer keurig terugspringen tussen de planken van het hek naast het rooster door. Blijkbaar beviel de vrijheid niet zo erg. Begrijpelijk ook, de Prunjehil zag er uit als een soort van paradijs voor de schapen, dus ik zou daar ook lekker bij m’n vriendjes blijven. We vonden allebei de caches, maar moesten naar beide wel even zoeken, ze zaten geniepig verstopt in een soort van pick-nickplaatsen en wij denken dat de hints verkeerd om stonden.

Na onze wandeling door de Prunjehil gingen we nog een korte wandeling maken door het gebied bij de uitkijktoren Moriaanshoofd. Eigenlijk gingen we op weg naar de letterbox bij de pick-nickplek, maar al bij de parkeerplaats kwam ik erachter dat de korte multi Moriaanshoofd precies de route naar de letterbox volgde. Dus konden we die onderweg mooi oplossen. De uitkijktoren was meer een uitkijkplateau en stelde qua uitzicht niet zoveel voor, vergeleken met de Plompe Toren. We hadden de cache dus zo opgelost en hadden niet eens om hoeven lopen op onze weg naar de pick-nickplaats. Die was ontworpen door een kunstenaar – Eric Odinot – en die vond geocaching zo interessant dat hij ook de letterbox had ontworpen en in zijn kunstwerk had verwerkt. Moet dus ongetwijfeld een toffe vent zijn, die Eric Odinot ;>) De cache vinden kostte niet veel moeite en we zaten nog even lacherig aan de kabouterkrukjes van de pick-nicktafel.

Aan het begin van de weg naar het Moriaanshoofd stond Molen de Zwaan. Vorig jaar waren we al aan de serie van de molens op Schouwen-Duiveland begonnen, maar die konden we toen niet helemaal afmaken. Bij deze was het een off-set-multi, die ons tot onze verbazing weer terug stuurde naar het ingangshek van Moriaanshoofd. Nog een cache gevonden, maar ik moest nog een keer de straatje-keer-oefening laten zien op het zeer smalle weggetje. Maar ik ben weer geslaagd.

Na ons avondeten was de bewolking weggetrokken en scheen zelfs het zonnetje. Dus stelde ik voor om de wandeling naar onze grote frustratie van het vorige jaar nog eens te maken: Duinhoevepad. Dat was heen en terug een wandeling van 8 kilometer, maar Anke vond het best. De route was ondertussen bekend en we kwamen ook allemaal herkenningspunten van vorig jaar tegen. En gelukkig konden we de bout van de fietsenstalling nu wel los krijgen (vorig jaar was hij uitgezet door de hitte) en kon deze frustratie-cache van de lijst.

Het was een dag met allemaal leuke caches.

Wat ik hier op 15 juni 2017 nog aan toe te voegen heb:

Die rode wijn had ik gewonnen bij de kerstbingo op mijn toenmalige werk. Helaas viel die dus niet zo goed en sindsdien heb ik nooit meer rode wijn gedronken. Ik houd het nu altijd bij witte. Waarschijnlijk ben ik door de invloed van die rode wijn mijn fototoestel die dag vergeten, want ik heb er geen foto’s van.

Wat geocaching betreft hebben we best veel caches op Schouwen-Duiveland gedaan, omdat we een paar keer naar Concert at Sea zijn geweest. Veel van deze caches zijn gemaakt door de Duintoppers, die zijn nu nog steeds actief en daarom zijn veel van deze leuke caches nog steeds online. De Zeepeduinen en de Plompe Toren zijn echt aanraders.

Concert at Sea was dat jaar alleen op vrijdagavond. De zaterdag werd afgelast wegens stormachtig weer. Dat had ik al gemerkt, want ’s nachts was mijn buitentent eraf gewaaid. Ik ben dus uiteindelijk in mijn auto gaan “slapen”. We zijn toen op zaterdagmiddag naar huis gereden.

 

 

Geplaatst in #geocaching, Throwback Thursday | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Boekenplank: Wat las ik in mei 2017?

In mei heb ik niet zo heel veel gelezen, slechts vier boeken, drie van de bibliotheek en eentje uit mijn eigen collectie. Overigens koop ik bijna geen boeken meer, want de boekenprijzen zijn echt niet normaal meer te noemen. Ik koop alleen nog boeken van mijn favoriete schrijvers en dan het liefste tweedehands of ramsj. Dit jaar heb ik dan ook al meer boeken verkocht dan gekocht. En dat is heel veel jaren andersom geweest.

 

Clariel – Garth Nix

Ik heb de meeste boeken van Garth Nix zelf en uiteindelijk ook Clariel aangeschaft toen ik die goedkoop kon krijgen. Op zich een prima boek om te lezen, maar het is wel meer van hetzelfde, omdat het in dezelfde wereld speelt als enkele van zijn andere boeken (o.a. de trilogie Sabriel – Lirael – Abhorsen).  Dit boek speelt enkele eeuwen eerder, maar de samenleving is niet echt veranderd. Sterker nog, ik vond die in de trilogie middeleeuwser overkomen, dan in dit boek. De kaft is wel mooi, jammer dat dit boek alleen in paperback is uitgegeven, terwijl ik al zijn andere boeken met een harde kaft heb. Maar ja, ook hier wordt op bespaard door uitgeverijen waarschijnlijk.

Wolfsroedel – Floortje Zwigtman

Dit is het boek waar Floortje Zwigtman ooit mee is doorgebroken. Ik heb al meerdere boeken van haar hand gelezen en was nieuwsgierig naar deze, maar hij was steeds uitgeleend bij de bibliotheek. Na lang wachten had ik hem dan eindelijk te pakken. Helaas ben ik niet zo dol op boeken over Dracula en die doet dus mee in dit boek, hoewel het vampiergehalte nog mee valt. Het is ook een boek over het volwassen worden op een nogal ruige manier van een groep middeleeuwse jongens uit het Osmaanse Rijk. Dat gaat dus niet echt op een vreedzame manier. Daarnaast heb je de verhaallijn van de geschiedenis van de gebroeders Dracula, die natuurlijk parallellen vertoond met die van de broers die de wolfroedels leiden. Meestal houd ik wel van zo’n verhaal in een verhaal, maar ik heb boeken gelezen waar dit beter uitgewerkt was.

 

Hof van Doorns en Rozen – Sarah J. Maas

In the Young Adult-wereld is Sarah J. Maas een grote hit. Omdat ik meestal ook wel van Young Adult fantasy houd, ging ik op zoek naar haar boeken. Eigenlijk zocht ik haar andere serie, die begint met de Glazen Troon. Natuurlijk was die weer uitgeleend, dus nam ik genoegen met Hof van Doorns en Rozen. Dat bleek een prima leesbaar boek te zijn. Het is lichtjes gebaseerd op het sprookje van Beauty and the Beast. Alleen is het beest hier een elf die Tamlin heet en Belle een mensenmeisje dat Feyre heet. Maas schuwt grof geweld en doden niet. Maar is er ook plaats voor romantiek. Persoonlijk vond ik Tamlin niet zo heel geweldig. De geheimzinnige Rhysand daarentegen… Feyre zelf is wel een leuk karakter. Het einde was vrij gesloten, dus ik vroeg me af waar de rest van de trilogie dan over zou gaan. Nou, ondertussen ben ik deel 2 aan het lezen en  ik kan al wel zeggen dat de hele wereld op losse schroeven gaat.

Ik ben geen racist – Per Nilsson

Vroeger heb ik veel boeken van Per Nilsson gelezen. Hij schrijft jeugdboeken met een boodschap. Ik kwam Ik ben geen racist tegen in de bibliotheek en besloot het te lenen, omdat ik deze nog nooit gelezen had. Ik herkende meteen weer de schrijfstijl van Nilsson. Meestal duikt hij ergens als cameo op in zijn eigen boeken, zo ook in deze. De verhaallijn van dit boek gaat over de opkomst van een politieke partij in Zweden en hoe een Zweedse tienerjongen daar helemaal in op gaat. Hij dreigt met de partij ten onder te gaan. De politieke partij deed erg denken aan een bepaalde partij hier in Nederland. Ook ging het erger over hoe je mensen kunt beinvloeden door het gebruik van propaganda-technieken. Alles bij elkaar best een interessant gegeven, maar eigenlijk was het boek te dun en het verhaal te snel afgelopen om echt vuurwerk te zijn.

De foto bij deze blog is van de boekenmuur in het Kinderboekenmuseum in Den Haag. De afbeeldingen van de kaften komen van Hebban.

Geplaatst in Boeken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Sweet goodbyes

In een week tijd zijn allebei mijn cavia’s overleden. Op 1 juni vond ik Fluff dood in zijn hok. Op 7 juni moest ik de beslissing nemen om Fabin in te laten slapen.

En ondanks dat ik al jaren volwassen ben en dit cavia nummer zestien en zeventien in mijn leven waren, is het einde van een huisdier de ultieme manier om mij keihard aan het janken te krijgen. Ik kan daar heel erg ontzettend niet tegen.

Ruim vier jaar geleden (april 2013) haalde ik ze samen op uit Cavia-opvang Caviaplein. Fabin was toen al twee jaar oud en was door zijn vorige eigenaars naar de opvang gebracht omdat hij eenzaam zou zijn. Bij de opvang kreeg hij een vriendje, in de vorm van Fluff, toen nog een klein baby-beertje, geboren in februari 2013.

Fabin was de driekleurige, gladharige cavia: bruin – zwart – wit. Fluff was de zwarte borstelige cavia, met een lichtbruine streep over zijn neus. Een mooi stelletje samen. In de opvang waren ze Fabian en Fluff gedoopt. Het is al jarenlang traditie om mijn cavia’s een naam te geven die begint met een F. Dat begon ooit als een grapje, maar is nu serious business. Ze konden dus zo blijven heten. In het geval van Fluff bleef dat ook zo. Maar ik vond Fabian een vreselijke kaknaam voor een cavia, dus haalde ik er na een paar dagen een letter tussenuit en werd het Fabin. Ik vond dat wel lekker fantasy-achtig klinken.

Dit waren zo’n beetje de eerste foto’s die ik van hun maakte. Op de rechter is Fluff nog echt een baby-cavia, op de rechter is hij al een stuk gegroeid.

Ik heb mijn huisdieren voor de gezelligheid, het zijn mijn huisgenoten. Cavia’s maken gezellige geluidjes en dat is leuk als je thuis komt. Meestal heb ik vier huisdieren tegelijk. Ik had dan ook al twee andere cavia’s toen Fabin en Fluff kwamen. Zij kwamen in de plaats van konijn Fender en cavia Fidro, die destijds ook vlak na elkaar dood zijn gegaan. Die andere twee cavia’s waren Farah en Finne. Dat waren twee vrouwtjes. Ik hield de mannetjes en de vrouwtjes altijd strikt gescheiden, want jonkies was niet de bedoeling, daarvoor waren de dames al te oud. Daarom heb ik maar 1 foto waar ze allevier tegelijkertijd op staan, samen met de logeerschildpadden van mijn tante en oom. Ze zijn met z’n allen andijvie aan het eten, wat bij mijn jongste broertje deze uitroep ontlokte: fuck segregation! Tja, de zoogdieren en de reptielen aten alle zes andijvie. Best grappig.

fabinflufffarahfinne

Fluff was een heel drukke cavia, terwijl Fabin juist heel rustig en lief was. In het begin was Fluff nog kleiner en banger en verstopte hij zich achter Fabin. Maar toen hij Fabin voorbij gegroeid was en ook nog eens een stuk zwaarder bleek te zijn, vond hij dat de rangorde opnieuw bepaald moest worden. En Fabin, die suffie, liet zich opjagen door de jongere, dominante Fluff en gaf ook al zijn eten af. Dat was dus niet echt een geschikte situatie. Uiteindelijk besloot ik dat het beter was om ze uit elkaar te halen. Vanaf dat moment leefden ze gescheiden, ieder in hun eigen hok. Die hokken stonden wel naast elkaar, dus ze konden elkaar wel horen, zien en ruiken. Echt veel belangstelling hadden ze niet meer voor elkaar, alleen tegen etenstijd gaven ze nog wel eens een gezamenlijk fluitconcert. Alleen hield Fabin zich keurig aan de avond als het aan etenstijd lag. En Fluff vond dat hij altijd honger had en ging ook aan de tralies van zijn hok hangen, want dat maakte lekker veel herrie en dan kon hij fijn veel aandacht trekken. Fabin had niet eens tralies op zijn hok, die kwam nog niet eens op het idee om aan zijn hok te knagen.

Niet dat ze op eetgebied iets te klagen hadden. Ze kregen van alles: diverse groenten, hooi en hard voer. Soms ook nog wel eens een stukje hard brood. Fabin en Fluff waren niet kieskeurig, eigenlijk aten ze allebei alles wat ik hun voorzette. Fabin at alles op zijn gemak op, die genoot echt van zijn eten. Fluff schrokte alles naar binnen, alsof de duizendkoppige hydra-cavia achter hem stond om het af te pakken.

Soms had ik ze nog samen buiten de hokken, meestal als ik een foto-idee had. Meestal was het dan Fluff die Fabin aan wilde vallen. Hij was echt niet meer gesteld op zijn voormalige hokgenootje. Tja, ik vond dat wel jammer. Ik ga in ieder geval nooit meer twee mannetjescavia’s nemen met zo’n groot leeftijdsverschil (van twee jaar).

Fluff en vooral Fabin waren erg fotogenieke cavia’s. Fabin ging er ook echt voor zitten. Mijn social media wemelde door de jaren heen dan ook van de caviafoto’s. Tja, andere mensen zijn Crazy Cat Ladies. Ik ben een Crazy Cavia Fan. Met sinterklaas maakte ik altijd de wortel-in-de-schoen-foto. Altijd succes.

Tja, op de dag dat je cavia’s in huis haalt denk je er niet aan dat ze ook ooit weer dood gaan. Dat is maar goed ook. Iedere keer als er eentje doodgaat denk ik: ik wil er nooit meer een, want ik vind dit zo vreselijk. Waarbij ik dan vergeet dat ze wel een goed leven hebben gehad. En dat ik er ook jarenlang plezier van heb gehad. In het geval van Fabin en Fluff dus ruim vier jaar.

fluff

 

Fluff had begin mei last gehad van een verstopping. Ik dacht eigenlijk dat hij daar toen niet doorheen zou komen, maar hij heeft dat toch gered, na een massage en het wondermiddel paardenbloem. Het ging eigenlijk weer heel goed met hem: hij at en dronk weer goed, hij poepte weer en hij hing weer als vanouds aan de tralies. Toch vond ik hem dus een paar weken na zijn ziekte dood in zijn hok. Of er was dus meer aan de hand of de verstopping had hem toch te erg verzwakt. Hij is vier jaar en drie maanden oud geworden.

 

DSC04179

Fabin was dus heel even de enige cavia in huis en hij leek ondanks zijn zes jaar nog prima in orde. Helaas kreeg hij een beroerte, dat is iets wat je niet aan kan zien komen. Hij was er zo zielig en slecht aan toe, dat ik hem in heb laten slapen.

Cavia’s zijn prooidieren met een heel hoge pijngrens. Als wij ontdekken dat ze ziek zijn, zijn ze vaak al te ver heen om er nog iets aan te doen. Dat is iets wat altijd moeilijk zal blijven. En zo twee binnen een week tijd is wel even heftig.

Fabin en Fluff kwamen dus tegelijkertijd in huis en zijn nu ook zowat samen gegaan. Ondanks dat ze dus niet de beste vrienden waren en gescheiden woonden, zullen ze daardoor ook altijd samen in herinnering blijven.

Fluff en Fabin, sweet goodbeyes!

20160920_100910

Alle foto’s bij deze blog zijn door de jaren door mij zelf gemaakt. Starring Fabin en Fluff natuurlijk. De woorden “sweet goodbyes” komen uit het afscheidsliedje van de band Krezip.

“Tears in your eyes, sweet goodbyes”

 

 

Geplaatst in Dieren, Huisdieren, Persoonlijk | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Fiets mee in de trein

Twee weken geleden wilde ik graag gaan fietsen in de Biesbosch, omdat daar diverse geocaching-fiets-routes liggen. Meestal kies ik er dan voor om een OV-fiets te huren op het station. Gorinchem is echter een station van Arriva en er zijn welgeteld vier OV-fietsen in een box beschikbaar. Je kunt OV-fietsen niet reserveren, dus ik kon van tevoren al voorspellen dat die allemaal weg zouden zijn op een zonovergoten, vrije dag (hemelvaart).

Een fiets voor een dag huren was ook een optie geweest, maar dan had ik me eerst weer binnen Gorinchem naar die fietsverhuur moeten verplaatsen (aan de andere kant van het stadje) en een fiets voor een dag huren is meestal relatief duur (ja, ik heb diverse dagen op de fietsenverhuur van de Beekse Bergen doorgebracht toen ik daar werkte, dus ik heb uitgebreid aan prijsvergelijking kunnen doen).

De goedkoopste optie – met garantie op een goede fiets – was dus om mijn eigen fiets mee te nemen in de trein. Toch wel een beetje zuur: ik mocht zelf gratis reizen, want Hemelvaartsdag valt onder Weekend Vrij. Moest ik voor mijn fiets 6,10 euro afrekenen: de prijs voor een dagkaart fiets. Voor dat bedrag koop je qua reizen eigenlijk alleen maar ellende.

DSC08331

Op het traject Oisterwijk – Gorinchem moet je maar liefst 3x overstappen: in Tilburg, in Den Bosch en in Geldermalsen. Inclusief je fiets naar een ander perron slepen. Opties: via een steil gootje langs de trap of via de lift. Als het station een lift heeft tenminste. Tilburg en Den Bosch hebben het. De liften zijn alleen niet al te groot, er kan bijvoorbeeld maar 1 fiets tegelijk in, dus je moet vaak wachten. Dat vind ik op zich geen probleem, tenzij ik dan mijn overstap mis. En natuurlijk zijn alle andere wachtenden daar ook bang voor. Station Gorinchem heeft geen lift. Op de heenweg stapte ik uit op het goede perron en kon zo wegfietsen. Op de terugweg moest ik natuurlijk naar het andere perron, alleen te bereiken over twee steile trappen (met de fietsgoot aan de verkeerde kant bij de ene trap) en door een tunnel onder het spoor door. Pfft, dat vond ik niet zo leuk, om na 55 kilometer fietsen mijn fiets nog die trappen af en op te moeten sleuren.

De meeste NS-treinen zijn niet berekend op fietsvriendelijkheid, op de blauw/witte sprinters na (die hebben een instap die gelijk is met het perron en ruimte voor fietsen, enz.). Bij alle andere treinen mag je je fiets naar binnen sleuren door een smalle deuropening met traptreden en een paal die in de weg staat. Vervolgens mag je je fiets in het gangetje proppen tussen andere fietsen, scootmobielen, grote koffers en kinderwagens. Voor die laatste drie hoef je overigens niet extra te betalen. Bij de NS (op een enkele trein na) heb je geen mogelijkheid om je fiets vast te zetten. Omdat de gemiddelde fiets binnen 1 minuut omkiepert in een rijdende trein, ben je dus verplicht om je fiets de hele rit vast te houden, terwijl je staat. Fijn reisje hoor. Betalen om staand vervoerd te worden in een overvolle gang.

Eigenlijk vind ik het dus niet eerlijk dat je zoveel geld moet betalen voor een dagkaart fiets. Je kind vervoeren is nog goedkoper, want die mogen al voor 2,50 euro mee (tot 12 jaar) inclusief hun vaak riante vervoersmiddelen in de vorm van wandelwagens.

Ik reis regelmatig op het traject Den Bosch – Utrecht/Amsterdam en daar zitten dus veel mensen in die naar Schiphol gaan, met grote koffers. Vaak passen die niet in de ruimte tussen de stoelen, dus staan ze midden in het gangpad of nemen ze een stoel in beslag. Dat geeft veel meer overlast dan de gemiddelde fiets, want die mogen niet verder dan het gangetje. En toch mogen al die grote koffers gratis mee en fietsen niet.

Arriva heeft het beter geregeld. In hun treinen is een hele coupé ingeruimd voor fietsen. Je kunt ze vast zetten met een riem, zodat je zelf gewoon op een stoel kan gaan zitten. Er is een limiet van twaalf fietsen, maar in feite zouden er wel twintig in kunnen. Met een fiets reis ik dus liever met Arriva, dan met de NS.

Ik begrijp wel dat de NS het wil ontmoedigen dat mensen hun fiets meenemen in de trein. Nederland is een fietsland en het zou niet passen als alle mensen hun fietsen mee zouden nemen. Als je kijkt naar die gigantische fietsenstallingen op stations…je moet er niet aan denken dat al die mensen hun fiets mee in de trein zouden nemen.

Een fietsabonnement zou voor mij persoonlijk wel mooi zijn: dat ik mijn fiets dan met korting zou kunnen meenemen in de trein. Maar ik denk dat heel veel mensen dan zo’n abonnement af zouden sluiten en dan krijg je een wildgroei aan fietsen in de trein, wat ook niet wenselijk is. Als voorbeeld: op station Oisterwijk stonden op deze dag vijf fietsen klaar voor de trein naar Tilburg van 8.46 uur. Volgens mij hadden al deze mensen een NS-abonnement en ik denk dat we dus allemaal ook voor zo’n fietsabonnement zouden gaan. Ook nog “grappig”: de OV-chipkaart automaat was kapot, dus je kon het fietskaartje niet automatisch op je chipkaart laden. Dus wij allemaal braaf een kaartje printen bij de gewone kaartjesautomaat. Daar werd ik dan vervolgens ook nog over uit gelachen door de controlerende conducteur, dat ik die dagkaart fiets niet op mijn kaart geladen had. Ja, hey, ik kan er niets aan doen dat die automaat kapot was, ik weet heus wel hoe ik producten op mijn chipkaart moet laden.

De OV-fiets is in principe een geweldige oplossing, maar in veel (met name kleinere plaatsen) zijn er simpelweg veel te weinig. Het moge ook duidelijk zijn dat de OV-fietsvoorzieningen op de Arriva-stations worden verwaarloosd. Maar ook op mijn eigen NS-station, Oisterwijk, kun je slechts zes OV-fietsen huren uit een box, terwijl dit echt een fietsomgeving is.

Het mooiste is als de OV-fietsen gekoppeld zijn aan een fietsenmaker die gevestigd zit in de stationsfietsenstalling of in de straat bij het station. Dan is ook meteen het onderhoud geregeld en het toezicht is veel beter. Op de meeste grotere stations is dit al zo geregeld. Maar ook op bijvoorbeeld Veenendaal-West was er zoiets geregeld en had ik een goede fietsdag met een keurige OV-fiets. Volgens mij is zoiets zeker wel mogelijk, ook in de kleinere plaatsen. Bijvoorbeeld hier in Oisterwijk zit er ook een fietsenmaker binnen 500 meter van het station af, dus dat zou dan ook nog kunnen. Ik denk alleen dat de opbrengst van de verhuur van OV-fietsen voor de NS nihil is en dat er daarom minder aandacht voor is. En dat ook de fietsenmakers in kwestie er niet veel aan zullen verdienen, dus als hun zaak goed loopt, dan kiezen ze niet voor de problemen die de verhuur van OV-fietsen op zal leveren.

Kortom, ik heb geen passende oplossing voor het fietsprobleem. Voorlopig ben ik echter wel weer genezen van het meenemen van mijn fiets in de trein.

DSC08346

Foto’s bij deze blog zijn door mij zelf gemaakt. Starring “Gazzy” mijn tweedehands Gazelle, waarop ik al vele jaren fiets. Hij deelt het baantje met “Bat” mijn eveneens tweedehandse Batavus, maar die staat meestal opgetuigd als postfiets, vanwege mijn werk. Ik ben niet merkvast wat fietsen betreft ;>)

 

Geplaatst in #treinleven, Vervoer | Tags: , | Een reactie plaatsen